Volg de onderstaande stappen voor het installeren en inregelen van de MX ZMV (D)-serie:
- Maak het systeem spanningsloos.
- Sluit de werkschakelaar aan volgens onderstaand schema:
Voor een toestel met toevoeging D:
- Controleer of er spanning (230V of 400V voor een toestel met toevoeging D) op de werkschakelaar staat.
- Bekijk de luchtgrafiek om het werkpunt te bepalen.

- Stel de potmeters op het juiste werkpunt in.

- (Stel de MX in volgens tabel bij §9.1. Controleer de onderdruk achter het ventiel het verst van de ventilator.
- Stel ook de berekende constante druk in.
- Stel ook de berekende maximum capaciteit in.)
- Sluit de MX, schakel de werkschakelaar in en controleer of het systeem werkt.
- Stel eventuele externe regelaars in de hoogste stand.
- Sluit ramen en deuren.
- Open alle daarvoor bedoelde toevoeropeningen.
- Controleer de aanwezigheid van bouwkundige overstroomvoorzieningen [min. 12cm per l/s].
- Monteer de ventielen en stel deze in volgens de berekende instelstaat, van toepassing bij STB- ventielen (wasemkleppen).
- Monteer de juiste ventielen in de juiste ruimte, van toepassing bij alleen STR-ventielen zonder 2-standen.
- Monteer de juiste ventielen in de juiste ruimte. Sluit de 2-standenventielen, van toepassing bij STR-ventielen waarvan ook 2-standen en/of wasemkappen.
- Monteer de wasemkappen en stel de vlinderkleppen in volgens berekende instelstaat. Sluit de wasemkappen. Van toepassing bij STR-ventielen waarvan ook 2-standen en/of wasemkappen en bij STB-ventielen wasemkappen.
- Controleer de luchthoeveelheden door de ventielen. Begin zo dicht mogelijk bij de plaats waar de druk gemeten wordt, van toepassing bij STB-ventielen (wasemkappen).
- Controleer de onderdruk achter het ventiel het verst van de ventilator. Deze moet minimaal 50Pa zijn. Controleer de onderdruk achter het ventiel dichtst bij de ventilator. Deze mag maximaal 200Pa zijn. Maak eventueel extra weerstand in de aftakking. Van toepassing bij de STR-ventielen.
- Pas, indien nodig, het gewenste druk ‘setpoint digital [1]’ aan. Zie de tabel. Hoe lager, hoe minder energieverbruik. Pas ook ‘setpoint digital [0] aan. 50% van ‘setpoint digital [1].
- Open de 2-standenventielen en de wasemkappen, van toepassing bij STR-ventielen wasemkappen.
- Controleer nogmaals de luchthoeveelheden door de ventielen, van toepassing bij alleen STB-ventielen.
- Controleer de onderdruk achter het ventiel het verst van de ventilator. Deze moet minimaal 50Pa zijn. Van toepassing bij STR-ventielen zonder 2-standen.
- Controleer de luchthoeveelheden door de wassemkappen. Controleer de onderdruk achter het ventiel het verst van de ventilator. Deze moet minimaal 50 Pa zijn. Van toepassing bij alleen STR-ventielen waarvan ook 2-standen en/of wasemkappen.
- Maak een meetrapport.
- Stel eventuele externe regelaars weer in de juiste stand.